10 Verklaringen waarom uw pensioen langzaam verdampt

vrijdag 11 december 2015
Thema's:  Blog

De redactie van de pensioenwebsite “Loon voor Later” houdt nauwkeurig bij welk beleid er wordt gevoerd rond de Nederlandse pensioenen en doet daarvan verslag op www.loonvoorlater.nl. Net als de seniorenverenigingen ziet “Loon voor Later” een tendens naar versobering van het pensioenstelsel.

Een toenemend aantal werkgevers lijkt niet langer bereid om de hoge pensioenpremies op te hoesten.
Een deel van de vakbeweging (FNV uitgezonderd) gaat akkoord met verlaging van pensioenpremies, omdat men daarvoor in de plaats looneisen kan stellen.
En de overheid vindt het wel goed zo, omdat verlaging van de pensioenpremie voor ambtenaren betekent dat de overheid minder geld kwijt is aan ambtenarensalarissen. Volgens de Koepel van Nederlandse Verenigingen van Gepensioneerden (KNVG) wordt hiermee de bijl gelegd aan de wortel van het Nederlandse pensioenstelsel: pensioengerechtigden zullen daardoor hoe dan ook in de toekomst minder pensioen krijgen en bestaande pensioenen zullen voorlopig niet meer worden verhoogd.
Dit zijn de 10 belangrijkste ontwikkelingen die het pensioen bedreigen:


1.    De overheid wil vooral de arbeidskosten verlagen.
En doet dat door toe te staan dat de pensioenpremies worden “gedempt”, d.w.z.: de pensioenpremies die (vooral) werkgevers en werknemers moeten betalen worden verlaagd, maar daardoor zullen vaak toch ook toekomstige pensioenuitkeringen lager uitvallen, omdat pensioenfondsen zo minder vermogen opbouwen en dus minder opbrengst uit vermogen zullen hebben.
Zo deed de overheid in de tachtiger jaren met goedvinden van de sociale partners een greep van 30 miljoen in de kas van het pensioenfonds voor ambtenaren, het ABP. Zou dat niet gebeurd zijn, dan had er nu vermoedelijk 100 miljoen meer in de pensioenspaarpot van ambtenaren gezeten dan nu het geval is. De belofte dat het geld teruggestort zou worden is nooit nagekomen.  
Met de meest recente “premiedemping” voor ambtenaren ging een deel van de vakbeweging akkoord. De FNV verzet zich tegen dit beleid. Maar het kabinet zet zijn plannen door. Gevolg van dit beleid: pensioenuitkeringen kunnen niet meer aan de prijsstijging worden aangepast. Het risico op pensioenverlaging in de toekomst neemt hierdoor dus substantieel toe.

2.    De overheid maakt grote schulden.
Inkomsten en uitgaven zijn niet in evenwicht.  De overheidsschuld is alleen betaalbaar als de overheid voor de leningen die gesloten worden, niet al te veel rente hoeft te betalen. Hoe komt de overheid aan goedkope leningen? Bijvoorbeeld door pensioenfondsen te dwingen een deel van het pensioengeld als lening (staatsobligaties) aan de overheid ter beschikking te stellen tegen (historisch) lage rentetarieven. Zogenaamd omdat beleggen in staatsobligaties minder risico oplevert dan bijvoorbeeld beleggen in aandelen. Daar staat tegenover dat ook de opbrengst uit staatsobligaties een stuk lager is.  Daardoor kunnen pensioenen niet aangepast worden aan de inflatie en daarom ook moeten pensioenuitkeringen in de toekomst misschien verlaagd worden.

3.    De overheid heeft dus belang bij een lage rente.
De Europese Centrale Bank voert een beleid, dat er op gericht is de rente (kunstmatig) laag te houden. Dat gebeurt bijvoorbeeld door geld “bij te drukken” en met dat geld schulden van landen en banken op te kopen. Die kunnen daardoor vrijwel onbeperkt over geld beschikken . Het is een bekende economische wet: waar veel van beschikbaar is, daarvan daalt de prijs. De lage rente is dus mede een gevolg van het scheppen van geld:  het is het  resultaat van Europees beleid.

4.    Medewerkers van de overheid, onze ambtenaren, zijn ontevreden over het loon, dat ze van hun werkgever krijgen.
De onrust daarover neemt hand over hand toe. Het kabinet heeft daarom de pensioenpremie voor ambtenaren verlaagd en geeft het geld, dat men zo overhoudt terug in de vorm van een loonsverhoging. Het is dus het betalen van hoger loon, zonder dat het de overheid in werkelijkheid iets extra kost: sigaar uit eigen doos, want een loonsverhoging NU betekent voor ambtenaren een lager pensioen STRAKS.

5.    Een toenemend aantal bedrijven heeft niet zoveel zin meer om veel geld te investeren in een goede pensioenvoorziening.
Als bedrijven minder pensioenpremie hoeven te betalen, dalen de loonkosten en verbetert de concurrentiepositie. Een toenemend aantal bedrijven lijkt dat belangrijker te vinden dan een goed pensioen.  Daarom verlagen ze met goedvinden van de vakbeweging de pensioenpremie. De vakbond stelt daar looneisen tegenover. Dat komt de overheid wel goed uit: dalen de pensioenpremies dan dalen ook de loonkosten voor ambtenaren en is de overheid minder geld kwijt aan ambtenarensalarissen, een mooie bijdrage dus aan de bezuiniging op overheidsfinanciën. Pensioengerechtigden zullen daardoor in de toekomst wel minder pensioen krijgen. Omdat de pensioenen door dit beleid al jaren niet meer zijn aangepast aan de gemiddelde prijsstijging, hebben de gepensioneerden inmiddels al behoorlijk wat koopkracht ingeleverd.


6.    In het neo-liberale denken past het idee, dat je zoveel mogelijk moet overlaten aan de “markt”.
Verzekeringsmaatschappijen vinden het niet erg, dat de overheid de collectieve pensioenverzekeringen langzaam uitkleedt. Ze staan te trappelen om het stokje over te nemen. Nadeel voor de pensioengerechtigden: als je het regelen van je pensioen overlaat aan een verzekeringsmaatschappij, vloeit een substantieel deel van de opbrengst op pensioenbeleggingen in de zak van aandeelhouders en komt er dus –anders dan bij het huidige pensioenstelsel waarin geld collectief (gezamenlijk) wordt belegd in plaats van voor elke deelnemer afzonderlijk-  een kleiner deel bij de pensioengerechtigden terecht. Het pensioenstelsel zoals we dat nu kennen staat garant voor een hogere opbrengst en lagere kosten.
 
7.    De overheid is als slokop voortdurend op zoek naar geld.
Ouderen hebben het in de visie van het kabinet tamelijk goed. Ze hebben een redelijke pensioenvoorziening, vaak wat spaargeld en meestal ook een huis, waarop geen hypotheeklasten meer rusten. Althans zo wordt het door de politiek graag voorgesteld. De overheid wil een deel van de spaarpot van ouderen overhevelen naar andere bevolkingsgroepen. Bij de discussie over de belastingverlaging onlangs in de tweede kamer bleek, dat staatssecretaris Wiebes het belangrijker vindt om de werkenden  lastenverlichting te geven, dan de gepensioneerden. Die groepen worden verschillend behandeld, in het nadeel van mensen met een pensioen. Uit het debat kon je afleiden dat de prioriteiten van de staatssecretaris meer bij de actieven dan de niet-actieven liggen, waardoor de indruk ontstond dat het kabinet de ouderen ziet als een “improductieve” groep, dus een groep die niet of nauwelijks bijdraagt aan economische groei. De overheid gaat daarmee voorbij aan al het onbetaalde werk dat ouderen in de samenleving verrichten.

8.    Er wordt geld overgeheveld van de “rijke” (....) ouderen, naar jongeren.
Jongeren betalen het pensioen van ouderen, wordt wel gezegd. Maar het omgekeerde zou evenzeer beweerd kunnen worden. Dit kabinet laat werkenden wel profiteren van de recente belastingverlaging en ouderen niet, terwijl ouderen wel moeten meebetalen als belastingen verhoogd worden. Ook dit is een vorm van het overhevelen van geld van oud naar jong op basis van oneigenlijke argumenten en tast de inkomenspositie van ouderen aan, naast het feit dat al lange tijd pensioenen niet meer zijn aangepast aan de prijsstijging.


9.    Pensioenfondsen zijn gebonden aan (overdreven) strakke regels.
Te strakke regels vinden verschillende deskundigen. Begin 2015 zijn die regels nog strenger gemaakt. Het betekent onder andere dat pensioenfondsen het pensioengeld niet mogen beleggen, zoals ze dat zelf zouden willen. Daardoor is de opbrengst waarschijnlijk ook lager dan hij zou kunnen zijn. Deskundigen zijn van mening, dat de overheid veel te “voorzichtig”  is als het om de pensioenen gaat en ten onrechte voortdurend een sfeer van crisis schept, terwijl het pensioenvermogen de afgelopen jaren enorm is gegroeid, zelfs tijdens de economische crisis. Niet alleen was er de afgelopen jaren voldoende geld om alle pensioenen te betalen, de pensioenspaarpot nam zelfs in omvang toe. De spaarpot steeg van 700 miljard euro vóór, naar bijna 1300 miljard euro nu, meer dan ruim voldoende om  bij een normaal rendement aan de pensioenverplichtingen te voldoen.  Het lijkt erop dat de overheid een klimaat wil scheppen, waarin het huidige pensioenstelsel deels ontmanteld kan worden. De achterliggende redenen vindt u onder 1,2,3, 4 en 5.

10.    Een verdere versobering van ons pensioenstelsel past binnen het streven van de Europese Unie.
Het streven komt er op neer, dat (sociale) voorzieningen binnen Europa enigszins op elkaar worden afgestemd. Het Nederlandse pensioenstelsel is nu nog een van de beste ter wereld, maar langzaam zijn we op de wereldranglijst aan het dalen. Een politieke meerderheid in Nederland lijkt voorstander te zijn van het versoberen van het pensioenstelsel. Wijzigingen worden geleidelijk aan doorgevoerd, zonder dat duidelijk is wat voor soort pensioenvoorziening er overblijft.
Overigens is het niet zo, dat de seniorenorganisaties helemaal niets aan het pensioenstelsel willen veranderen. Er moet een aantal problemen opgelost worden om het pensioenstelsel evenwichtiger te maken en aan te passen aan de eisen van deze tijd. Maar dat kan met simpele maatregelen, waarvoor ook concrete ideeën zijn ontwikkeld.

Kieswijzer
Op de website www.loonvoorlater.nl is onder het kopje “Kieswijzer” te zien welke standpunten de verschillende politieke partijen innemen in de pensioendiscussie. Dit overzicht wordt steeds geactualiseerd, zodat de kiezers die geïnteresseerd zijn in een goed pensioen deze informatie mee kunnen laten wegen bij het uitbrengen van hun stem.

 



 
Reageer op dit item